Free Web Site - Free Web Space and Site Hosting - Web Hosting - Internet Store and Ecommerce Solution Provider - High Speed Internet
Search the Web

Gedicht......Heksenfeest 1979

About Your Site.

Van Lie Lauwers
Aan de noordkant van Geel
ligt een eeuwenoud kasteel.
De ramen en de deuren kraken
met de stemmen van oude draken.

Er wonen vleermuizen, van die enge beesten,
ze lijken wat op verklede geesten.
Het geeft een griezelig geheel
dat verwaarloosde kasteel.

In dat kasteel gebeurt af en toe iets geks,
want in dat kasteel,daar woont een heks.
Ik heb gehoord van iemand die er is geweest,
dit jaar komt er groot heksenfeest.

Heks Troela is bezig aan de soep,
bah! Wat vieze heksentroep!
Rattestaarten,spinnekoppen,
koeievlaaie, modderproppen.

Uileogen en een slangetong
daarbij nog een koeielong
en dan nog wat ossebloed,
zo, nu is de soep wel goed.

Troela begint aan het voorgerecht.
Bah! Wat ruikt dat goedje slecht!
Gestroopte muisjes in rioolwater gedrenkt
en met apemest gemengd.

Als hoofdschotel een hagedis met huid en al
en voor elke heks een verse kwal.
Daarbij een rotte vliegezwam,
versierd met een oude hanekam.

Als nagerecht geen cake of ijs,
maar een mol, al oud en grijs.
Als versiering de graat van een vis.
Net of zoiets lekker is.

Het feest begint om middernacht,
dat uur naderd nu al zacht.
Daar vliegt de eerste heks naar beneden.
Ik zie haar het kasteel binnentreden.

Nu volgen er daldelijk nog meer,
alle heksen strijken voor het kasteel neer.
Alle bezems staan op een rijtje naast de poort,
keurig zoals bij zo'n feest behoort.

Daar vliegt weer een heks boven,
ik kan mijn ogen niet geloven!
Heb ik het wel goed gezien?
Die heks is wel een meter of tien.

Daar komt een piepklein heksje aan,
je ziet haar naast die grote heks haast niet staan.
Ik geloof dat ze er nu allemaal zijn.
Als aperitief is er een glaasje rode wijn.

Rode wijn noemt Troela het wel,
maar het is een hazebloed gevuld kippevel.
Daarbij nog een scheutje azijn,
dat noemen heksen rode wijn.........

in de lucht worden kunstjes vertoond
die dan met applaus worden beloond.
Er wordt veel gelachen en gepraat,
zo wordt het al gauw erg laat.

Dan gaat Troela op een verhoogje staan
en vraagt of ze aan tafel willen gaan.
Snel gaan de heksen op hun plaatsen zitten
en nemen allemaal hun valse gebitten.

Met veel getater en geroep
wachten ze op hun soep.
Troela deelt de hete soep al rond.
Daar valt een soepkom op de grond.

De heksen eten hun soep met smaak,
zoiets lekkers krijgen ze niet vaak.
Alle heksen nemen blij
van die heksen lekkernij.

De soepborden worden weggelegd
en nu komt het voorgerecht.
Muisjes zijn Troel's specialiteit
voor dit heksenfeest bereid.

Er wordt eerst eens voorzichtig geproefd
maar dat had eigenlijk niet gehoefd.
Want het is zo'n heerlijkheid
al was het voor hare majesteit.

Er wordt nogal gesmuld en gesmekt.
Dan wordt er voor de hoofdschotel gedekt.
Troels komt aandraven met de kwallen.
Oei, ze was bijna gevallen!

Dan wordt het plots akelig stil,
want nu komt het gerecht dat iedereen wil.
De diensthekjes gaan zwijgend aan de kant,
wat heeft Troela in haar hand?

Als ze de hagedis op de schotel zien prijken
staan alle heksen hongerig toe te kijken.
Elke heks krijgt een stukje hagedis,
je kan je nie voorstellen hoe lekker zoiets is.

Dan vliegen de grote manden
met vliegezwammen door de handen.
Troela vond de hanekammen nog te mooi
om ze te plaatsen op die rotzooi.

Dus heeft ze die maar overgeslagen
en ze in de keuken laten staan.
morgen eet ze die alleen
en ze deelt ze met geeneen.

Zwijgend eten ze het hoofdgerecht,
nee,er wordt geen woord gezegd.
Ze moeten van de hagedis genieten,
da's wat anders dan houterige frieten.

Zo, nu zit hun buikje wel vol,
nog een klein stukje van die mol,
met een glaasje modderkreek,
nu hebben ze genoeg voor de hele week!

Maar na een uur van veel gegil
zitten ze bij een glaaje kikkerdril,
en een koek met hommelogen
die alle heksen graag mogen.

Als in de verte de zon de nacht al stoort
rennen alle heksen naar de poort,
ieder gaat naar zijn bezem toe
want alle heksen zijn nu erg moe.

Ze vliegen snel naar hun bed
na die fijne nacht van pret.
Het duurt nog een heel jaar,
en dan is het heksenfeest weer daar.

De lucht in met de toverkol...


De tovenaar van Hollendol

zag op een keer een toverkol.

Oei, oei, hij was op slag verliefd.

"O,kus mij" riep hij "alsjeblieft"

"Goed", zei de toverkol en toen

toen gaf ze hem een heksenzoen.

Ze beet hem in zijn valse baard,

en riep toen om haar houten paard.

Dat paard dat was haar bezemsteel:

Een heksenwonder,een juweel.

"Hier",riep de tovenaar.Hop hop,

ze vlogen er tezamen op.

Ze vlogen langs het wolken dek.

"Hoi",riep de tovenaar."Niet gek!

Ik tover gauw een droompaleis.

Dat wordt het doel van onze reis"

"Je doet maar!" riep de toverkol

Toen sloeg de bezemsteel op hol.

Hij raasde rond een heuveltop,

van rond en rond en hoplahop.

Toen vloog de tovenaar er af

en alle sterren stonden paf.

"Hi,Hi" riep de toverkol

"Dag tovenaar van Hollendol".


Heks in reuzenschoen.
Een heks met fladdrende haren,
een grote spitseneus.
Sliep in een kleed van apeharen,
in de schoen van een reus.

ze vond dat helemaal niet akelig,
al jaren had ze het gedaan.
En zei als je het haar vroeg,
ach, hij trek s'nachts toch nooit z'n schoenen aan.

IN HET BOS VAN OEIEWOEI...

In het bos van oeiewoei

in dat bos van oei-oei-oei

komen heksen aangestoven.

Alle sterrenlichtjes doven

en de dieren,zelfs de spin,

houden nu hun adem in.

ZZZoeff, de heksen dalen neer,

gaan als razenden te keer,

smijten met hun bezemstelen,

willen met het vosje spelen,

vangen padden en een slang,jagen 't hele bos op stang.

Maar dan roept er een "Genoeg!

hopla naar de heksenkroeg!"

En ze gieren met z'n allen:

"Nou,het is ons goed bevallen".

En dan vliegen ze terug

met een vleermuis op hun rug.

 

Een heks alleen

Ver buiten de stad,onder de maan,achter een staande steen.Daar leeft een vrouw in vol vertrouwen,ze noemen haar de Heks alleen.

Zij zingt haar lied naar zon en maan en sterren.Verzamelt kruid en plant waarmee zij haar tovermiddelen maakt met recepten uit een magisch oud land.

Zij eert niet aan een altaar gebouwd door handen van een sterfelijkeman maar op een open plek in het bos achter mistige sluiers zo verborgen als het kan.

Wat moet zij?Met flitsende zwaarden en met flitsende zwepen die haar niet bekoren.Met meesters zonder enige waarde die slechts als opsmuk bij een ritueel behoren.

Haar werktuigen zijn gemaakt door aarde en wind en regen in haar rituelen"wild en vrij" roept zij daarmee de goden om hun zegen.

Als lente en zomer voorbij gegleden zijn en schemering haar ogen vult,legt zij zich neer op het bruine bladerdek met een glimlach die haar hele gezicht omhuld.

Want zij weet als zij haar lichaam verlaat van vlees en bloed en been,zij niet sterft maar verder leeft als die kleine Heks alleen.

origineel:Scott Cunningham.